Blog van Geestelijk Verzorger Jan den Haan

'Mensen reiken je hun levensverhaal aan en daar steek je zelf als mens ook wat van op'

Jan den Haan is werkzaam als humanistisch raadsman en algemeen geestelijk verzorger in verzorgings- en verpleeghuizen. Hij is sinds 2013 betrokken bij het Centrum voor Levensvragen.

Vertrouwensband
“In het afgelopen jaar heb ik 10 begeleidingen verzorgd vanuit het Centrum voor Levensvragen (CvL). Dat is verhoudingsgewijs veel, aangezien er zo’n 70 begeleidingen op jaarbasis worden gedaan door het hele centrum. Nu merken we wel dat de aanvragen de laatste jaren toenemen. Dat is een positieve ontwikkeling. Ik word vaak gekoppeld aan mensen die een link hebben met het humanistisch verbond, maar de vrijwilliger van de telefoondienst kijkt ook wie er dichtbij de persoon met een levensvraag in de buurt woont. Vanuit mijn werk in het verpleeghuis kom ik ook met mensen in contact die voor een kortdurende opname in het verpleeghuis terecht zijn gekomen. Soms vinden mensen het prettig als ik mijn werk met hen voortzet, wanneer zij weer naar huis zijn gekeerd. Zij hoeven hun verhaal dan niet nogmaals aan een ander te doen. We hebben al een vertrouwensband, waardoor deze mensen zich op hun gemak bij mij voelen.”

Sparren
“Wat ik leuk vind aan het werk voor het CvL is dat je als geestelijk verzorger op al je expertises wordt bevraagd. De mensen die ik begeleid via het CvL zijn gemiddeld jonger dan de mensen in de verzorg- en verpleeghuizen waar ik werk. Mensen die met mij in contact komen via het CvL kiezen heel bewust voor begeleiding. Ze willen iemand hebben om mee te sparren. Iemand die hen helpt het leven te duiden, in kaart te brengen en met rust naar hen luistert. Ze zijn ‘eager’ om met mij in gesprek te gaan. Het werk voor het CvL is erg reflexief. Vaak zijn de mensen die ik begeleid terminaal. Dat maakt het werk intensiever, omdat je ook weer afscheid van iemand zult nemen. Het is een heel dynamische functie op geestelijk vlak.”

Medisch netwerk
“Wat ik ook prettig vind is dat ik bij het CvL vrijwel zelfstandig werk. Er zijn geen organisatorische activiteiten, geen vergaderingen. Ik heb alle tijd en aandacht voor de personen met wie ik afspraken maak. Die rauwe puurheid van werken bij het CvL vind ik heel bevredigend. Tegelijkertijd is het ook een uitdaging. Niet alle mensen die ik begeleid hebben een groot medisch netwerk om zich heen. Afstemming met bijvoorbeeld een huisarts om eens te horen hoe zij over de situatie denken, ontbreekt vaak.”

Relatief jong
“Dat mensen relatief jong zijn, maakt mijn werk pittig. Zo begeleidde ik het afgelopen jaar mensen van rond de 60 jaar. Dat hoop ik ook over een paar jaar te worden. Zulke personen zitten toch dichter op je huid. Bovendien zijn de gesprekken intiem, omdat je bij iemand thuis komt. Soms heb je ook contact met de mensen om iemand heen. Een partner of een kind van iemand, bijvoorbeeld. Organisch vloeit daar soms ook weer een begeleidingsvraag uit voort. Zo heb ik onlangs de zoon van een overleden persoon geholpen met het regelen van de crematie en heb ik ook met hem begeleidingsgesprekken gevoerd.”

Filosofische gesprekken
“De mensen die ik begeleid maken allemaal indruk op mij. Zo begeleidde ik onlangs een dame met wie ik fantastische filosofische gesprekken voerde. Dat is voor mij als geestelijk begeleider ook motiverend. Deze mevrouw keek de dood in de ogen, maar kon daar op zo’n mooie manier over praten. Zij had een heel aantrekkelijke geest. Door een tongcarcinoom kon zij maar moeilijk praten, maar juist de langdurigheid en de mooie traagheid van die gesprekken is mij bijgebleven. Mensen reiken je hun levensverhaal aan en daar steek je zelf als mens ook wat van op.”

Tweede kans
“Een ander persoon die mij is bijgebleven is een man die niet lang meer te leven had. Hij onderging een experimentele immunotherapie, waarna zijn levenskansen opeens flink toenamen. Er vindt dan een paradigmashift plaats. Deze meneer was zich al lange tijd aan het voorbereiden op het sterven, maar nu wees alles erop dat hij nog zo’n tien jaar langer te leven zou hebben. Zo’n verandering brengt heel wat teweeg in je hoofd. Een wending die niet altijd even gemakkelijk is. Mensen die zich voorbereiden op het sterven richten zich vaak op de niet-geleefde stukken in hun leven: wat had je nog willen doen, maar ben je om wat voor reden dan ook niet aan toegekomen? Maar als je plotseling weer een paar jaar voor je hebt; hoe ga je dan invulling geven aan datgeen wat je eerder hebt laten liggen. Als je de dood in de ogen kijkt, voel je hoe intens jammer het is dat je iets niet hebt gedaan. Dat vond ik in het geval van deze meneer heel inspirerend. Hij heeft nu een aantal dingen echt aangepakt als een soort tweede kans.”

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp